Het Internationaal Energieagentschap in Parijs wil dat er dringend maatregelen komen om het energieverbruik naar beneden te halen. Steeds meer huishoudtoestellen als verwarmings- en alarmsystemen en communicatiemiddelen als smartphones en laptops staan 24 uur op 24 in stand-by waardoor ze bijna letterlijk energie vreten. Wereldwijd wordt jaarlijks zo voor bijna 60 miljard euro aan elektriciteit verspild.
 
14 miljard apparaten

Wereldwijd gaat het om 14 miljard apparaten en hun aantal neemt almaar toe. Het Internationaal Energieagentschap klaagt aan dat die apparaten in stand-by bijna evenveel stroom gebruiken als wanneer ze daadwerkelijk in gebruik zijn. Volgens het agentschap kan het stroomverbruik van de toestellen met de huidige technieken nochtans met zeker 60 procent worden teruggedrongen. De energiebesparing zou even groot zijn als het huidige energieverbruik van Canada, Denemarken, Finland en Noorwegen samen.

Een van de gevolgen van dat onnodige elektriciteitsverbruik is dat alle consumenten samen jaarlijks 80 miljard dollar, omgerekend bijna 60 miljoen euro extra betalen aan stroom. Door de nimmer aflatende groei van het aantal onlineapparaten zal dat bedrag over 15 jaar nog eens met de helft gestegen zijn, waarschuwt het agentschap.

Apparaten 's nachts uit te schakelen

Ook de consument kan een bijdrage leveren, zegt Maria van der Hoeven van het agentschap. Door bijvoorbeeld de apparaten 's nachts uit te schakelen of bij langere afwezigheid de stekker uit het stopcontact te trekken. De industrie kan haar steentje bijdragen door apparaten te produceren die effectief uitgeschakeld kunnen worden. Nogal wat nieuwe toestellen hebben immers geen aan-uitknop meer.

Het agentschap pleit er voorts voor dat de hernieuwbare energie tegen 2030 60 procent van de Europese elektriciteitsproductie zou uitmaken, tegen 40 procent in 2012. De energiewinning uit gas en steenkool daarentegen zou moeten dalen van 48 procent nu tot 27 procent in 2030. Om dat te bereiken is bijna een triljoen dollar aan investeringen nodig, zo zegt het agentschap.

Het stelt voor om 248 miljard euro in zonnepanelen en 183 miljard euro in windenergie op zee te investeren. Duitsland en Groot-Brittannië zijn alvast goed op weg, luidt het. Beide landen nemen een derde van het alternatieve energieverbruik op zich.