Arbeidsmarktonderzoek Acerta: aantal contractbeëindigingen in provincie op initiatief van werkgever op hoogste peil in vijf jaar
Van alle arbeidscontracten die het voorbije jaar in de provincie Antwerpen beëindigd werden, gebeurde dat in bijna een kwart van de gevallen op initiatief van de werkgever.
Dat is een toename van bijna 30% in vergelijking met vijf jaar geleden.
De stijgende cijfers zijn het gevolg van de toenemende economische onzekerheid. Antwerpse jongeren die net de arbeidsmarkt betreden, lijken net als elders in het land bovendien ook iets minder vaak een vast contract van onbepaalde duur te krijgen.
De voorbije vijf jaar gaat het om een daling van zo’n 15%. Ook opvallend: we zouden op de Antwerpse arbeidsmarkt van een ‘seven year itch’ kunnen spreken, want werknemers stoppen gemiddeld na zevenenhalf jaar op hun job. Dat alles blijkt uit het arbeidsmarktonderzoek van hr-expert Acerta op basis van de gegevens van zo’n 17.500 werkgevers die 260.000 medewerkers tewerkstellen.
Uitstroom: werkgevers nemen weer vaker het initiatief
Iets minder dan een kwart (23,65%) van alle arbeidscontracten van onbepaalde duur in de provincie Antwerpen werd afgelopen jaar stopgezet op initiatief van de werkgever. Nooit was dat aandeel zo hoog in de voorbije vijf jaar. Het gaat om een toename van zo’n 8% in vergelijking met vorig jaar.
Op vijf jaar tijd is het aantal contractbeëindigingen op initiatief van de werkgever gestegen met zo’n 28%. Ter vergelijking: het aantal gevallen waarin de werknemer zélf beslist om te vertrekken, ligt met 41,2% wel nog een stuk hoger. In de overige gevallen gaat het om een beslissing in onderling overleg (26,6%) of pensioen (8,55%).
Kim Dekeyser, kantoordirecteur bij Acerta Antwerpen: “De economische onzekerheid doet het aantal ontslagen op initiatief van de werkgever toenemen. Dat zien we op Belgisch niveau, maar dus ook in de provincie Antwerpen. Bijgevolg zien we een duidelijke stijging in outplacementaanvragen. Tijdige professionele begeleiding blijft daarbij cruciaal, om werknemers vlot te ondersteunen in hun overgang naar een nieuwe job of zelfstandige activiteit. Zeker de (dreiging met) handelstarieven en de economische afkoeling spelen een rol in die stijgende vraag naar outplacement.”
Jongste leeftijdscategorie krijgt minder makkelijk een vast contract
Nog een opvallende vaststelling: het is niet meer zo evident voor jonge mensen die net op de arbeidsmarkt komen om een vast contract van onbepaalde duur binnen te halen. Dat is in heel België zo, maar zeker ook in Antwerpen. Van alle mensen die in de provincie een nieuw vast contract kregen, is ‘slechts’ 17,1% een prille twintiger. In 2021 was dat nog 20,2%. Dat is een daling met 15,3%.
Kim Dekeyser: “Het krimpende aandeel van de min-25-jarigen die een nieuw contract krijgen, hangt samen met het groeiende aandeel van de leeftijdscategorie daar net boven. Die laatsten hebben al wat ervaring, nog ettelijke jaren om te groeien en ze zijn relatief gezien in de hoofden van werkgevers niet zo duur als oudere werknemers. We lijken te mogen vaststellen dat werkgevers wat terughoudender worden om jonge, onervaren mensen aan te werven die net van de schoolbanken komen. Zeker nu AI bepaalde taken van starters zal kunnen overnemen.
Tegelijk weet de jongere generatie zeer goed wat ze wil in een (nieuwe) job en kiezen ze zeer bewust voor een organisatie die nauw aansluit bij de eigen waarden. Voor die zoektocht nemen ze soms iets meer de tijd. Jobstabiliteit komt bij Gen Z’ers op dit moment meestal niet op de eerste plaats. Voor werkgevers is het daarom belangrijk om jongeren voldoende opleidingskansen en doorgroeimogelijkheden te bieden én te waken over de zinvolheid van de job van de jongste werknemers.”
‘7 year itch’
Tot slot nog een laatste opvallend cijfer: op het moment van de verbreking van het arbeidscontract situeert de gemiddelde anciënniteit van werknemers zich rond de 7 à 8 jaar. In de provincie Antwerpen waren in 2025 werknemers gemiddeld iets langer dan 7,5 jaar bij hun werkgever in dienst toen ze er vertrokken. De Antwerpse arbeidsmarkt lijkt dus ook zijn eigen ‘seven year itch’ te kennen.
Over de cijfers
ACERTA kon zich voor deze analyse baseren op de reële gegevens van 260.000 werknemers in dienst bij een vaste set van 17.500 werkgevers, die Acerta over de hele periode van 2020 tot en met 2025 kon opvolgen. Hier zijn enkel contracten van onbepaalde duur, zowel arbeiders als bedienden, in rekening genomen. Gezien de uitgebreidheid van de dataset, zowel in aantal als wat betreft de vertegenwoordiging van verschillende groottes van werkgevers, verschillende sectoren en de geografische spreiding mogen we stellen dat de resultaten gebaseerd op deze dataset representatief zijn voor de situatie algemeen in onze Belgische private arbeidsmarkt.